‘Inzet was niet om heel NY te bereiken’

‘Inzet was niet om heel NY te bereiken’

De NY400 Week is al weer twee weken achter de rug, hoewel een aantal tentoonstellingen nog doorlopen. Naar de mening van de meeste Nederlanders die bij het feest betrokken waren, was het een geslaagd feest. Ook de New Yorkers waren over het algemeen enthousiast, bleek ook uit allerlei recensie en artikelen in de media.

Gajus Scheltema (tweede van links) tijdens de ‘riddering’ in de Orde van Oranje-Nassau van schrijver Russell Shorto door minister Timmermans (Foto: Simone Kreutzer)

De Nederlandse consul-generaal Gajus Scheltema in New York blikt eveneens tevreden terug. Hij is maanden lang bezig geweest met de voorbereiding van de Nederlandse week in New York, die plaatsvond van 8 tot en met 13 september. De vraag of de Nederlandse week een succes is geworden, beantwoordt Scheltema dan ook met een volmondig ja.

Frank Sinatra aanhalend zegt hij: “New York is en blijft een moeilijke stad om jezelf zichtbaar te maken en op de kaart te zetten. Voor een kunstenaar geldt, dat als je het hier kan maken je het overal kan maken. Maar we hebben Nederland het hele jaar zichtbaar weten te maken en zeker in de NY400 Week. Dat is een enorme prestatie van iedereen die eraan heeft gewerkt.”

In de aanloop naar het NY400-festival heeft het consulaat vorig jaar een ‘nulmeting’ laten uitvoeren naar het beeld dat New Yorkers (en Amerikanen) hadden van Nederland. Daarin kwamen de bekende stereotypen naar voren. Nederland is als land wel bekend, het land van klompen, molens en tulpen enerzijds en als een tolerant land op het gebied van seks en drugs aan de andere kant.

Scheltema hoopt dat dat beeld nu een beetje is bijgesteld. “De boodschap die we hier hebben willen neerzetten is dat Nederland meer is dan dat. We wilden laten zien waar we sterk in zijn, op het gebied van de architectuur, technologie, watermanagement, design, op het gebied van militaire samenwerking. Dat zijn karaktertrekken van Nederland die hier veel minder bekend zijn en daar hebben we dit jaar op allerlei manieren aandacht op willen vestigen.”

New Amsterdam Village
Toch was juist het New Amsterdam Village op Bowling Green, op het zuidelijke puntje van Manhattan, het stereotype Nederland bij uitstek: grachtenpanden, molen, klompen, draaiorgel, tulpen, kaas en haring. Scheltema had er geen moeite mee. “Wij vinden het vaak een gezapig en oubollig beeld, die klompen en die molen, maar Amerikanen vinden het schitterend, het spreekt ze juist enorm aan. Het is nu eenmaal het beeldmerk van Nederland en daar kun je best wat mee doen. Andere landen mochten willen dat zij zo’n sterk beeldmerk hebben. Maar ondertussen laat je in dat New Amsterdam Village wel even je nieuwste technologie op het gebied van de duurzame tuinbouw zien en op het gebied van groene dakbedekking. Met die klompen en die molens krijg je dat onder de aandacht. Als je alleen met een hypermoderne kas op Bowling Green gaat staan, krijg je het publiek niet. En uiteindelijk heeft het New Amsterdam Village zo’n 200.000 mensen getrokken.”

Of de NY400 Week het Amerikaanse beeld van Nederland heeft veranderd, moet volgens Scheltema blijken uit een volgende ‘nulmeting’. Die moet begin volgend jaar plaatsvinden. Maar een eerste inschatting heeft hij zelf al wel, simpelweg aan den lijve ondervonden. Scheltema: “Tijdens en na het festival kwamen er mensen op mij af die alleen maar wisten dat ik Nederlander was, die zeiden: “Wat een geweldige week hebben jullie hier achter de rug.” De curator van het MoMA (Museum of Modern Art, waar dit jaar vier Nederlandse tentoonstellingen plaatsvonden) zei: “Jullie hebben mij veroverd”.

Tegelijkertijd maakt Scheltema zich ook niet al te veel illusies dat elke New Yorker nu álles over Nederland weet. Zo gaat dat natuurlijk niet, aldus Scheltema. “New York is een miljoenenstad. Als je de mensen hier op straat vraagt, dan hebben de meesten er helemaal niets van meegekregen. Dat weet je van tevoren. Maar dat was ook niet onze inzet. Onze inzet was om bepaalde groepen te bereiken, en dan vooral mensen die er toe doen, de decisionmakers, mensen uit het stadsbestuur, directeuren van musea, mensen uit de wereld van het watermanagement. Die hebben we zonder meer bereikt. We zijn daarmee de dialoog aangegaan en we krijgen als Nederland nu sneller dingen gedaan.”

Hij noemt zijn toegang tot de directeur van het gerenommeerde Metropolitan Museum of Art dat nu veel makkelijker verloopt dan twee jaar geleden. Reden:de tentoonstelling van Vermeers Melkmeisje (die 6000 bezoekers per dag trekt). Ander voorbeeld: premier Balkenende miste bijna de afsluiting van het New Island Festival, omdat de diensten van de ferries inmiddels al waren gestopt. Nu had Scheltema één telefoontje nodig naar de directeur van de New Yorkse Watertaxi’s nodig en het was geregeld.

New Island Festival
De vraag is natuurlijk: hoe nu verder? Scheltema grapt: “Volgend jaar doen we NY401. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederland DansTheater komen, maar die stonden al gepland. Dat heeft niets met NY400 te maken. Wat voor mij belangrijk is, is dat we de contacten vasthouden en gaan voortbouwen op wat we nu hebben. Dat we gaan kijken hoe we het New Island Festival over twee jaar weer kunnen helpen organiseren, maar dan met een grotere Amerikaanse betrokkenheid. Zo’n New Island Festival zou eigenlijk deels hun festival moeten worden. Zoals New York als Nederlandse kolonie is begonnen, zo iets zou je ook met het New Island Festival moeten doen.”


  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Print
  • email
  • Hyves
  • del.icio.us
  • MySpace
  • Technorati
  • Live
  • eKudos

Reageer