‘Economie New York zal 100% veranderen’

‘Economie New York zal 100% veranderen’

Een overzicht van de stijging van de werkloosheid in verschillende periodes. De stijging in december 2008 is de snelste van de afgelopen dertig jaar. (Grafiek: New York Times)

De economische crisis die zich vanaf Wall Street als een olievlek over de hele wereld uitspreidde, heeft natuurlijk ook voor de stad New York ingrijpende gevolgen. Wall Street ligt aan het infuus van de federale overheid, tienduizenden mensen zijn inmiddels hun baan kwijt. De werkloosheid bedroeg in december 7,4 procent.

En het einde van de crisis is nog lang niet in zicht. Waarschijnlijk wordt 2009 het zwartste economische jaar sinds de Grote Depressie. Maar ooit, volgend jaar of misschien pas in 2011 of 2012, komt de economie er weer bovenop.

De New York Times sprak deze week met vijf financieel-economische specialisten over de toekomst van de stad. Hoe ziet de economie van New York eruit over een paar jaar, als de crisis voorbij is, als-ie ooit voorbijgaat. De specialisten waren het op veel punten niet met elkaar eens, maar over één ding wel: alles zal veranderen.

John Tepper Marlin, voormalig topadviseur van het departement van Financiën van de stad New York, is van mening dat de huidige crisis veel ingrijpender is dan de financiële crisis die New York in de jaren zeventig trof. Volgens hem was destijds de kas van de staat New York nog goed gevuld, en dat is – met een begrotingstekort van 14 miljard – nu niet het geval. De staat kon uiteindelijk de stad New York er weer bovenop helpen. Nu is dat vrijwel uitgesloten.

Marlin verwacht dat de bouw van nieuwe appartementen stil zal komen te vallen en dat de huren zullen blijven dalen. Restauranten zullen leger blijven, en rijen in de supermarkten zullen juist langer worden.

Rellen zoals in IJsland, dat bijna bankroet is, zijn mogelijk. “Ik ben bang dat mensen zo wanhopig worden dat ze bereid om het leven van andere mensen in gevaar te brengen”, aldus Marlin.

Nicole Gelinas van de denktank Manhattan Institute verwacht dat de stad veel minder inkomstenbelasting zal binnenkrijgen. Ook de inkomsten uit onroerendgoedbelasting zullen drastisch dalen, doordat huiseigenaren hun woning opnieuw, voor een lagere prijs, laten taxeren. Ook toeristen zullen minder komen, wat ook weer tot gevolg heeft dat er minder dollars de stad invloeien. Op een snelle opleving van Wall Street hoeven we niet te rekenen, aldus Gelinas.

Het enige dat er te doen valt, is volgens Gelinas, is dat burgemeester Bloomberg de New Yorkers op gaat roepen om minder op de pof te leven en hun verwachtingen bij te stellen. Gelinas heeft Bloomberg al eerder opgeroepen op zo’n oproep aan de bevolking te doen, maar tot nu toe was dat aan dovemansoren gericht.

Er moet vooral gehandeld worden, vindt Gelinas. “Als we nu niet in actie komen, dan zullen er over anderhalf jaar minder agenten op straat zijn, minder vuilniswagens rijden en zullen er minder scholen zijn in de buitenwijken van de stad. Dat zijn zaken waardoor mensen besluiten om ergens een huis te kopen of niet.”

Charles Brecher, financieel adviseur van de gemeenteraad, hoopt dat New York geleerd heeft van de lessen uit de crisisjaren zeventig en tachtig. New York staat er volgens Brechter nog altijd beter voor dan in die jaren. Toen zijn spaarpotjes aangelegd om te voorkomen dat de stad ooit nog eens zonder geld kwam te zitten.

De situatie is dus nog te overzien, zegt Brecher. Optimistisch wil hij zeker niet zijn. Maar wel herinnert hij eraan hoe de stemming was na de aanslagen van 11 september 2001. “Ik ben niet van plan een voorspelling te doen. Iedereen dacht in 2001 dacht dat er lange periode van economische neergang tegemoet gingen, maar als door een wonder stond de stad al snel weer op zijn eigen benen.”

Ronnie Lowenstein is directeur van een accoutantsbureau. Ze ziet niets in het federale reddingsplan voor de banken, waarin plafonds zijn aangelegd voor de beloningen en de banken aan strenge regels worden onderworpen. “Ze zullen minder risico nemen, minder geld lenen. Het wordt dan onwaarschijnlijk dat grote winsten worden geboekt zoals we de afgelopen jaren hebben gezien.”

En dat heeft in de ogen van Lowenstein weer gevolgen voor de stad die dus veel minder inkomsten ontvangt. “Vergeet niet dat de verzekeringsindustrie tussen 2003 en 2007 verantwoordelijk was voor 59 procent van de salarisstijgingen terwijl die sector maar zes procent van de werkgelegenheid biedt.” Volgens Lowenstein moet de oplossing voor de crisis weer van de zojuist ontslagen bankiers komen. Zij moeten op een of andere manier weer werk vinden, en geld in de economie pompen.

Carol O’Cleireacain werkte als financieel adviseur voor burgemeester Dinkins, begin jaren negentig. Zij haalt de zogenaamde ‘misery-index’ uit de jaren zeventig en tachtig erbij. Dat was een index voor de economische stand van het land, gebaseerd op een hoge inflatie en een hoge werkloosheid. De index stond er toen veel slechter voor dan nu: 16 tot 21 procent van 1979 tot 1982. Nu staat die index veel lager: 7,3 procent.

Ook de vergelijking met de Grote Depressie gaat niet op, volgens O’Cleireacain. In de jaren dertig waren het alleen de banken die geld hadden. Anno 2009 zijn dat ook verzekeringsmaatschappijen, hedge funds en hypotheekverstrekkers. Spreiding dus van het geld, en daarmee van de risico’s dat de economie in New York helemaal instort.

Daarnaast speelt er nog wat anders, betoogt O’Cleireacain. New York is geen Elkhart, Indiana, de stad die president Obama eerder deze maand bezocht. Elkhart is zwaar getroffen, omdat de stad grotendeels van één industriesector afhankelijk was, autoproductie. De New Yorkse economie diverser. “New York is een magneet voor talent, voor slimme, ondernemende, ambitieuze, innovatieve mensen, niet alleen uit eigen land, maar uit de hele wereld. Iedereen wil hier zijn, en dat onderscheidt ons van bijna elke andere stad.”


  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Print
  • email
  • Hyves
  • del.icio.us
  • MySpace
  • Technorati
  • Live
  • eKudos

Reageer