Lezing over 400 jaar New York

Lezing over 400 jaar New York

Hans van Drunen heeft van oudsher al belangstelling voor grote steden en metropolen. Niet verwonderlijk dat de gepensioneerde geograaf speciale interesse heeft voor New York. Maar pas in 2002 bezocht Van Drunen de Big Apple voor het eerst.

Hij was op bezoek bij zijn zoon in Philadelphia en ontdekte dat een speciale pendelbus hem vanuit Chinatown in Philadelphia rechtstreeks en spotgoedkoop naar het New Yorkse Chinatown kon brengen.

“Het is altijd wel een gedoe om kaartjes te bemachtigen bij de Chinezen, maar als je er eenmaal eentje hebt, is het geweldig. Dan kun je op één dag vanuit Philadelphia New York bezoeken, en ’s avonds ben je weer terug.”

Van Drunen vertelt in zijn woning in het Brabantse Oosterhout gepassioneerd over New York en de Verenigde Staten. Hij heeft er niet alleen persoonlijk wat mee omdat zijn zoon er tot voor kort woonde. Als docent aardrijkskunde in de bovenbouw van het Sint-Oelbertgymnasium in zijn woonplaats behandelde hij Amerika gedurende zijn ruim veertig jaar durende loopbaan regelmatig als eindexamenstof.

Niet met tegenzin, want na zijn pensionering is hij ermee doorgegaan. Aanstaande maandag geeft hij een lezing op dezelfde school, deze keer helemaal toegespitst op 400 jaar New York. Eerder dit jaar gaf Van Drunen zelfs een cursus ‘400 jaar New York: terug naar de roots van een succesverhaal’ aan de Seniorenacademie van de Universiteit Tilburg. Later dit jaar reist Van Drunen met een groepje cursisten naar New York om de lesstof met eigen ogen te aanschouwen.

De inschrijving liep voorspoedig. “We hebben nu zestien inschrijvingen. Eerder hadden we er nog twintig, een mooi aantal, maar je merkt dat de financiële crisis om zich heen grijpt. Een paar mensen hebben afgezegd. Maar ik hoop met de lezing van maandag toch nog een paar mensen te interesseren.”

Wereldmacht
Tijdens de lezing gaat Van Drunen niet alleen in op Nieuw Amsterdam, maar ook op wat daaraan vooraf ging: hoe kon het dat de kleine Republiek wereldmacht nummer één werd? De Nederlandse Gouden Eeuw was vooral een gevolg van de val van Antwerpen en, min of meer in het verlengde daarvan, de kansen die de elite uit de burgerij kreeg op politiek en economisch gebied, legt hij uit.

“Daardoor kwam er een stroom immigranten naar Amsterdam, en daarmee een enorm som geld. Dat gaf de mogelijkheid om van alles en nog wat te financieren. Zoals bijvoorbeeld de Geuzen. Dat waren een stelletje schooiers en raddraaiers. Maar zij veroverden uiteindelijk wel Den Briel, Alkmaar en Leiden.”

Ook de West-Indische Compagnie kon in 1621 worden opgericht. “Die had als doel om handel te drijven, oorlog te voeren en kaapvaart te plegen in het westen,” vervolgt Van Drunen. In 1628 was het raak. “Piet Hein veroverde ten noorden van Cuba de Spaanse Zilvervloot en bracht onder andere twaalf miljoen gulden mee naar huis en een massa zilver en goud, voor die tijd een gigantisch bedrag. Eigelijk waren we toen geen haar beter dan de Somalische piraten van nu.”

Kaarten
Speciale aandacht tijdens de lezing krijgen kaarten. Zijn cursusboek staat er vol mee. Veel van de beste kaarten van de toenmalige bekende wereld waren in handen van de Republiek. “Harde bewijzen heb ik er niet voor, maar de kaarten die Nederland in de zeventiende eeuw in bezit had, hebben zeker bijgedragen aan de welvaart hier. Nederlandse schepen wisten precies waar Nederlandse handelsposten en havens waren, zoals Nieuw Amsterdam er één van was. Zodoende konden ze altijd redelijk veilig de zeeën bevaren.”

Hij laat er een aantal zien. “Kijk, hier kun je kust van West-Afrika zien, Zuid-Amerika staat er ook op, maar Noord-Amerika is nog een puinhoop. Wat al die ontdekkingsreizigers bij terugkomst dan ook als eerste moesten doen was: kaarten inleveren. Die waren immers bedrijfsgeheimen. Met de kaarten konden de bedrijven dan een volgende stap zetten.”

“Henry Hudson had ook goede kaarten. Hij voer met de kaart van Jacobus Hondius. Hij wist precies waar zijn Engelse vriend John Smith zat met zijn kolonie op de Amerikaanse kust. Hudson is er langs gevaren. Daarna is hij naar het noorden gevaren en ontdekte hij de baai van New York. Dat was een miraculeuze ontdekking, want zoals je hier op deze kaart kan zien, was het helemaal niet zo duidelijk waar het eiland Manhattan lag.”

Lezing: Maandag 2 februari, Sint-Oelbertgymnasium, 19.00 uur
Reis: Stichting Phileas


  • Print
  • email
  • Twitter
  • NuJIJ
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Hyves
  • del.icio.us
  • MySpace
  • Technorati
  • Live
  • eKudos

Reageer